Herhaling

Het gebeurde weer. Ik stond in het donker op de stoep van een lange straat. De weg was zwart alsof het een groot gat was en om mij heen vormden de gebouwen een lange grijze muur. Ik was downtown. Het was verlaten en angstvallig stil. Ik keek om mij heen en wilde weglopen. Toen zag ik ze staan. Drie mannen. Ze stonden verderop op de hoek onder een lantaarnpaal. Hun lichamen kregen vorm door het licht en onmiddellijk zag ik dat zij het waren. Een gevoel van angst bekroop mij en maakte mij dat ik verstijfd bleef staan. Ik zag ze grijnzen. Licht voorover gebukt stonden ze daar, wisselden kort woorden met elkaar en keken ze op naar mij. Hun ogen glinsterden in het licht van de lantaarnpaal. Mijn blik werd hevig getrokken naar de felle schittering dat een veroorzaakt werd door een oogglas. Dan werd ik bezweet wakker met een onbehaaglijk gevoel. Krampachtig begon ik aan andere dingen te denken, leuke dingen om over te dromen. Ik draaide mijn kussen om, om zo een koel plekje te vinden voor mijn bezwete hoofd. Ik sloot mijn ogen. Het gebeurde weer.

Leave a Reply